Teksten

De foute man en zijn reddende engel

Waarom vallen zoveel vrouwen toch op een foute man? Als je oppervlakkig kijkt zou je kunnen denken dat het de spanning is. De geur van testosteron waar ons oestrogeen nou eenmaal op reageert. De (seksuele) energie, het avontuur en de intensiteit die een relatie met een foute man met zich meebrengt. Hoge bergen, maar ook diepe dalen. Ik geloof, dat als je er op een dieper niveau naar kijkt, dat de foute man wel  degelijk een functie heeft.

De foute man komt pijn brengen. Daar heb je hem op uitgezocht

Hij doet je denken aan vroeger. Toen je nog een klein meisje was en je diezelfde pijn voelde. Want ergens ben je gewond geraakt. En waar dat was en door wie, dat weet jij zelf heel goed. En nu herken je die pijn en blijf je die pijn herhalen. Want wat je kent, hoe pijnlijk ook, dat voelt vertrouwd.

Fouten mannen komen in allerlei vormen. Je kunt ze overal tegenkomen. Soms op plaatsen waar je het niet verwacht. En ze vallen bij voorkeur aan op een zwak moment, want daar hebben ze een neus voor. Al is het ook belangrijk om te beseffen waarom jij bepaalde mannen aantrekt. Zo heb ik een zwak voor mannen met een verhaal. Mannen die het nodige hebben meegemaakt, die vind ik interessant.  Op zich is daar niks mis mee, tenzij de man in kwestie nog midden in een verwerkingsproces zit. Ik kan al die ellende moeilijk aanzien en wil graag te hulp schieten. Vervolgens ga ik pleisters op wonden plakken, die daar eigenlijk nog niet aan toe waren. Of ik ga opzoek naar antwoorden, terwijl zij de vragen nog niet durven stellen. Maar dat duurt altijd even voordat ik dat doorheb.

Uiteindelijk zit er niets anders op dan te kiezen. Voor hem of voor jezelf. Want in een gewonde man raak je jezelf kwijt. Hij gaat je, bewust of onbewust, pijn doen. Want iemand die zelf pijn heeft, is niet instaat om voldoende oog te hebben voor de behoeften van een ander. En je zult jezelf gek maken met alle analyses die je op hem loslaat. Want dat hij jou niet helemaal fair behandelt, dat zie je wel. Maar dat kun je ook verklaren! Ik bedoel; hij is toevallig wel als baby achtergelaten in de Sahara woestijn. Met niemand om op terug te vallen. Behalve kamelen. Of zoiets.

Stop met hem te analyseren.

Je kunt niet in zijn hoofd kijken. Het maakt niet uit of het door zijn slechte jeugd komt, dat hij zo met jou omgaat.  Het doet er uiteindelijk niet toe of hij het allemaal expres doet, of dat hij het juist wel wil maar niet kan.

Vraag je alleen af: Kan hij mij geven wat ik nodig heb? Waar ik naar verlang? Wat voor mij belangrijk is? Nee? Dan is hij niet de man voor jou. Goed of fout doet misschien niet eens ter zake.

Hij is fout voor jou.

Misschien moet je weer eens met haar praten. Met dat kleine meisje. En haar vertellen dat de pijn misschien wel vertrouwd voelt, maar dat het ook anders kan. Dat ze nu geen klein meisje meer is. Dat ze nu een keuze heeft. Dat ze niet zijn reddende engel hoeft te zijn. Maar dat haar vleugels gemaakt zijn om te vliegen. En dat ze mag gaan, als het niet goed voelt. Naar een ander plekje. Waar ze niet hoeft te redden, te helpen, te zorgen of te vechten.

Maar waar ze gewoon mag zijn.

 


Ruzie met de klok

Ik voel alweer prikkende ogen in mijn rug en ik weet wat er gedacht wordt:
‘ Ze is weer te laat…’
Om de anderen voor te zijn, maak ik zelf vast een grapje:
‘Goedemiddag! Ik dacht ik kom ook nog even!’
Daar hebben ze gelukkig niet van terug. Ik haal opgelucht adem.
Want het lijkt misschien alsof het me niets doet, maar ergens vind ik het best vervelend dat ik altijd ruzie heb.
Ruzie met de klok.
En waar ik dan eigenlijk vooral van baal is de link die veel mensen bewust of onbewust leggen:
Ze komt vaak te laat, dus ze kan zich niet aan afspraken en regels houden. Ze heeft geen verantwoordelijkheidsgevoel. Er is iets mis met haar werkethos.
Er is iets mis met haar.
Het aloude pijnpunt waar uiteindelijk alle kritiek naar toe leidt.
Nou is het ook zo dat ik regels meer zie als richtlijnen. Een soort van advies; je zou dit zo kunnen doen…
Maar ik ben nog zoveel meer dan iemand die graag haar eigen gang gaat en zich moeilijk conformeert aan dingen die niet van binnen uit komen. Verantwoordelijkheidsgevoel heb ik zeker; over de zaken, taken en mensen waar ik me verantwoordelijk voor voel.
En hard werken kan ik ook, mits ik werk voor iets waar ik mijn hele ziel en zaligheid in kan stoppen.
Met als resultaat; dat er mooie dingen ontstaan!
Laten we eens kijken naar de andere kant van de medaille.
Collega’s die altijd stipt op tijd zijn, maar verder alleen het hoognodige doen uit plichtbesef. Is dat dan zoveel beter?
Ik ben al enige tijd parttime werkzaam in het onderwijs en ik kan me nog een bepaalde informatieavond voor ouders en leerlingen herinneren.
Volgens mij was ik die avond net op tijd binnen, maar ik was er.
Aan het eind van de avond nam ik uitgebreid de tijd om met ouders en leerlingen na te praten.
Ik stond te genieten omdat ik in gesprek was geraakt met een vader die vol trots over zijn zoon aan het vertellen was. Ik was op dat moment oprecht geïnteresseerd aan het luisteren, toen een collega bot inbrak:
‘Kunnen jullie dit gesprek even afronden. Wij willen naar huis.’
Ik schaamde me kapot, dat zeg je toch niet tegen een ouder? Maar mijn collega scheen zich van geen kwaad bewust.
Hier zit nou net het verschil: Ik kom misschien regelmatig te laat, maar als ik er ben, dan ben ik er ook. Dan luister ik, geef ik aandacht en neem ik alle tijd voor je.
Mijn collega is altijd op tijd, luistert ook, maar is niet bereid om buiten de kaders te denken.
Jammer denk ik dan. En vooral jammer omdat dit type collega veel meer gewaardeerd wordt, in mijn opinie. Voor de duidelijkheid; ik vind mezelf niet beter dan deze collega. Maar ook niet minder.
Maar ik merk dat dit niet de algemene opinie is.
De collega die niks extra’s doet, maar zich keurig aan de regels houdt, krijgt veelal de meeste waardering.
Kennelijk vindt men dat fijn. Regels zorgen voor orde, duidelijkheid en structuur.
Maar ze zorgen niet voor plezier, creativiteit, en de passie die nodig om je werk echt goed te doen.
Is dit alles minder belangrijk?
Mensen die graag hun eigen gang gaan, worden vaak nogal argwanend bekeken. Het leuk als je met eigen ideeën komt, maar die ideeën moeten vooral niet te vooruitstrevend  zijn. Het zou het oude vertrouwde werkstramien door de war kunnen gooien. Stel je voor.
Ik vertel mijzelf keer op keer dat er niets mis is met mij.
Ja ik worstel met sommige dingen, maar in andere zaken blink ik uit.
En dat is oké. Het is gelukkig allang wetenschappelijk bewezen dat mensen die te laat komen uiteindelijk meer en beter presteren, dan mensen die zich stipt aan de klok houden.
Ondertussen doen wij tegen beter weten in ons best om ons aan te passen.
Want ik zie het bij mezelf, maar ook bij alle creatieve zielen om mij heen. Ik zie ze worstelen, ze proberen zich te wringen in een keurslijf wat hen niet past.
Hou er maar mee op. Jij weet wat goed is voor jou en wat je waard bent!
Want wie zich niet schikt naar ‘de dictatuur van de klok en de massa’, zal meer zijn passie najagen en eigen oplossingen voor problemen vinden.
Er is niks mis met jou!  Ga je plekje zoeken, waar jouw kwaliteiten  gezien en gewaardeerd worden. Misschien kom je dan wel van schrik op tijd!

 


299086-7Een goed stuk vlees

Ik zal het zelf maar zeggen, voordat iemand anders het doet…
Nadat ik eerst flink heb afgegeven op alle überhippe dames in de sportschool, ben ik toch overstag gegaan. Het duurde even, maar ik voelde me toch lichtelijk uit de toom vallen in mijn old school trainingsbroek…
Dus mevrouwtje met haar grote mond draagt tegenwoordig ook zo’n kapot strakke sportlegging.
En ik moet eerlijk toegeven, ik ben uitermate enthousiast.
Deze strakke stof houdt de boel op zeer effectieve wijze bij elkaar, ik lijk zo 5 kilo slanker. Als je zo’n foto dan uit de goede hoek maakt kun je er nog wel een kilo of 3 afhalen …
En daarnaar kijkend vraag je je af waarom je überhaupt nog naar de sportschool zou moeten?

Enige nadeel is wel dat die sportlegging natuurlijk ook een keer uit moet. Da’s dan toch weer even back to reality zeg maar.

En als ik me dan even tot de heren onder ons richt; als u een dame met zo’n flexe legging ziet rondhuppelen in de sportschool, of elders, dat kan ook, want ik heb deze leggings ook al in het wild gespot, hou dit wel even in het achterhoofd.
Dat als zo’n legging uitgaat er nog wel het een en ander achteraan komt rollen. Al hoeft dat natuurlijk voor de liefhebbers van een goed stuk vlees de pret niet te drukken.
En voor de vegetariërs onder ons, hou het gewoon bij zo’n old school model joggingbroek.
Dan weet je gelijk waar je aan toe bent.

Want we weten allemaal dat wij vrouwen na een paar maanden van leuke pakjes uiteindelijk gewoon lekker relaxt in onze joggingbroek naast jou op de bank gaan zitten…

 


Het Etiket

‘ Maar mama, ik ben gewoon normaal. Misschien is er met hen wel iets mis als ze mij zo druk vinden. Dat kan toch ook? Want ik heb nergens last van hoor.’ Ja, het is inderdaad maar hoe je het bekijkt, bedacht ik me.

Toen mijn druktemaker op één schooldag 24 keer van zijn stoel opstond vond de juf dat wat veel.
Er moest een ADHD onderzoek komen.
En ja, er waren nog wat andere dingen. Hij kon soms nogal boos worden. Thuis noemde we dat temperamentvol.
Ook was hij nogal snel afgeleid en praatte veel voor zijn beurt. Dit noemde ik een brede interesse en ik vond hem inderdaad ook erg enthousiast en ad rem. Eigenlijk waren school en ik het volledig eens, alleen noemde ik het anders.
Wat niet betekende dat ik tegen een diagnostisch onderzoek was, want ook ik had als moeder (en als docente op het speciaal onderwijs; waarin ik al jaren werkzaam was) allang de signalen gezien. Maar deze stoorden me niet en zorgen maakte ik me ook niet. Want mijn zoon was inderdaad druk en beweeglijk, maar hij was ook overwegend gelukkig en vrolijk.
Niet te veel aan sleutelen vond ik.
Maar ik begreep ook als geen ander dat de schoolse situatie niet te vergelijken is met thuis, dus ik vulde braaf alle, voor mij welbekende, scoringsformulieren in. Wetende dat school de scores expres wat overdrijft ( Hij is altijd hyperactief ), zwakte ik de scores expres wat af ( Hij is maar zelden hyperactief ), en dit zorgde voor een gemiddelde wat waarschijnlijk recht deed aan de situatie.

En dit bracht ons maanden later de diagnose ‘matige ADHD’. Niet verrassend, maar desalniettemin confronterend. Want mijn zoon paste ineens in ‘een hokje’.
Hij moest er zelf ook even aan wennen. Hij vond het eerst grote onzin, maar uiteindelijk beruste hij in het feit, en vertelde aan zijn vriendjes over zijn nieuw verworven etiket.
Soms is dat etiket makkelijk. Als mensen me vreemd aankijken omdat hij nogal luidruchtig is op een plek waar ‘men’ dat niet nodig acht bijvoorbeeld.
‘ Ja, ADHD. Doe je niks aan,’ zeg ik dan met een glimlach. Ook weer opgelost.

Maar vaak vraag ik me af wat dit etiket hem gaat brengen. Gaat het hem helpen?
Lukt het mij om hem te laten voelen dat anders zijn, zeker niet minder betekend?
En hoe kan ik hem zo goed mogelijk helpen? Want mijn zoon en ik, we zijn uit hetzelfde hout gesneden. Ik begrijp hem als geen ander. Ik probeer hem zo goed en zo kwaad als het gaat te helpen met de zaken waar ik zelf nou ook niet echt in uitblink; op tijd komen, structuur aanbrengen, zorgen voor een goede planning en een vaste plek voor alle belangrijke spullen.
Een vaste plek voor spullen heb ik al jaren, alleen leg ik ze er nooit neer.
Ik herken zijn vergeetachtigheid, en het overprikkeld raken. Ik herken zijn drang naar actie en avontuur en ter gelijke tijd de behoefte aan duidelijkheid en rust.
De onrust die hij soms aan de buitenkant laat zien, speelt zich bij mij vooral in mijn hoofd af.
Gedachtes die nooit rusten en beelden die steeds om aandacht vragen.
Maar daar zie je aan de buitenkant niets van.
AD(H)D is sterk erfelijk bepaald en ik vraag me wel eens af of ik wellicht ook baat had gehad bij een diagnose.
Maar ik begrijp best dat ik als klein verlegen meisje geen diagnose kreeg. Want rustige meisjes, die wat afwezig en dromerig zijn, daar heeft verder niemand last van.
Dat wil zeggen; tot ik veranderde in een opstandige puber, met een kort lontje.
Mijn ouders waren lichtelijk verrast dat in hun kleine schattige meisje ook een grote vuurspuwende draak bleek te zitten en mijn vader en ik deden vaak een wedstrijdje wie er het hardst kon schreeuwen en met de deuren kon slaan. Ook stak ik nogal af bij mijn jongere zusje, die nergens last van leek te hebben. Inmiddels weet ik dat het meer regel dan uitzondering is dat AD(H)D bij meisjes pas in de puberteit tot uiting komt. Maar vroeger dacht men hier niet echt aan.
Ik was gewoon wat ze noemen ‘een lastig portret’.
Niet alleen voor mijn omgeving, maar ook voor mezelf geloof ik.
Op de middelbare school liep het ook niet helemaal lekker.
Niet dat ik het erg vond, want ik was te druk met andere dingen die ik op dat moment interessanter vond. Maar terugkijkend vind ik het kort door de bocht dat mijn gedragsproblemen en kelderende schoolprestaties allemaal op ‘de puberteit’ afgeschoven werden.
Want is gedrag niet ook een communicatiemiddel?
‘Hallo jongens, het gaat niet zo goed met mij, daarom vraag ik zoveel negatieve aandacht.’
Ik leek ongeïnteresseerd en tamelijk lui, maar was dat niet. In tegendeel, ik maakte me druk om zoveel dingen, dat ik vaak door de bomen het bos niet meer zag. Ik wilde het graag allemaal goed doen, en ik schaamde me als het me niet lukte. Als er voor de zoveelste keer iets misging, lachte ik dat weg. Ik was niet lui, ik was moe. Ik besef nu dat het compensatiegedrag wat ik al jaren vertoonde me veel energie gekost moet hebben. Ik was immers slim genoeg om te verbergen dat het me soms gewoon allemaal niet lukte, en te eigenwijs om dat toe te geven.

Ook nu kijken mensen met wie ik dit wel eens bespreek me vragend aan:
“ Jij ADHD? Nee joh. ADD misschien, maar dat denk ik ook niet hoor. ‘’
Waar ze dat op baseren weet ik niet precies. Alsof er een prototype AD(H)D’er bestaat, waar ik kennelijk niet aan voldoe. Alsof alle AD(H)D ‘ers volledig ontspoorde en sociaal mislukte mensen zijn.
Het tegendeel is waar natuurlijk. Inmiddels weten we dat veel bekende en succesvolle mensen ook gewoon AD(H)D hebben; Madonna, Steven Spielberg, Will Smit, Michael Jordan. Zelfs in ons eigen land bestaan ze: Linda de Mol, Brigitte Kaandorp, Loretta Schrijver, Freek Vonk, en nog vele andere gelukkigen. Want inmiddels weten we dat mensen met AD(H)D ook veel mooie eigenschappen bezitten, die bij de gemiddelde ‘normale’ sterveling, veel minder ontwikkeld zijn. Ze hebben vaak een enorme drive (voor de zaken die hen interesseren…), zijn vindingrijk, hebben een sterke intuïtie en kijken naar de wereld vanuit een uniek perspectief.
Ik weet nu dat het geen toeval is dat er in mijn leven zoveel mensen op mijn pad komen met AD(H)D, deze mensen trekken elkaar aan en begrijpen elkaar omdat ze op dezelfde golflengte zitten. Dat wil niet zeggen dat het ook een uitdaging is, als er meerdere ADHD’ers onder één dak wonen.

Zelf geef ik inmiddels les aan leerlingen met gedragsmatig nogal wat uitdagingen.
En dit gaat prima.
Dit is waarschijnlijk een logisch gevolg omdat ik mezelf hierin herken.
Want ook ik lag met de meeste docenten behoorlijk overhoop.
Maar er waren ook mensen die het verschil maakten in mijn leven.
Zo was er een docent die door mijn grote mond heen prikte en zag dat er onder die stoere baldadige buitenkant, gewoon een heel lief bijdehand meisje zat.
Mijn leraar Duits; die voor mij een held was. Een goede leerkracht en een mooi mens.
Kwam ook altijd te laat. Dat schijnen mooie mensen gemeen te hebben. Die maken namelijk tijd voor anderen. En ja, dan kijk je niet op een paar minuten.

Ik vraag me wel eens af waar de behoefte bij sommige mensen vandaan komt om alles wat net even afwijkt, krampachtig onder controle te moeten houden?
Ik snap best dat mijn zoon op school af en toe voor onrust zorgt. En dat de juf uiteindelijk gezegd heeft dat hij nog maar één grap per week mag uithalen snap ik ook.
Maar ik weet niet of het wel zo erg is dat hij nogal luid en aanwezig is. Misschien is dat wel nodig in een onderwijsklimaat, waarin het zo druk is, dat de juf (met de beste wil van de wereld) de brave en rustige kinderen totaal over het hoofd ziet. Bij mijn kind zal men zich niet afvragen of hij nou wel of niet aanwezig was. Geloof me, dat weet je.
Ik ben me er van bewust dat je mijn kind waarschijnlijk erg leuk vindt of je vindt hem zwaar irritant. Maar ik leer hem dat dit niet erg is. Als je een sterke persoonlijkheid hebt, en je hebt een uitgesproken mening, dan vindt niet iedereen je aardig. Het zijn de sterke persoonlijkheden, die verandering kunnen brengen en sommige mensen zijn hier nog niet klaar voor. Sommige mensen laten alles liever bij het oude, werken graag van acht tot vijf, en houden niet van mensen en kinderen die graag hun eigen weg bewandelen. Lekker laten gaan die mensen.
Met de beste wil van de wereld kun je hen niet overtuigen dat het ook anders kan. Dat de problemen niet alleen door het kind komen, maar wellicht een oorsprong vinden of versterkt worden door een verkeerde aanpak, een onderwijssysteem wat niet deugt, en een maatschappij die ons dwingt tot een gemiddelde en dit begint al bij de groeicurve op het consultatiebureau.
Ik probeer mijn zoon alle mooie kanten van zijn ADHD te laten omarmen; de creativiteit, de humor, het buiten de vaste kaders kunnen denken, de fijngevoeligheid, en de mooie kant van hyperfocussen; de passie die vrijkomt als iets je met hart en ziel raakt. Dat als iets bij jou hoort, het je geen energie kost.
Ik probeer hem te laten weten dat hij goed is, zoals hij is.
Ik probeer niet te vaak te roepen: ‘’ Doe eens rustig!’’ Want dat hoort hij al de hele dag.
En ik hoop dat zijn diagnose helpt bij een stukje begrip.
Begrip wat ik soms gemist heb. Ik hoop dat het hem mag helpen in een stukje zelfkennis en acceptatie. Iets wat mij jaren gekost heeft.
Ik weet dat het voor een diagnose nooit te laat is. Maar ik geloof niet dat een diagnose voor mij persoonlijk, nu nog veel zou kunnen betekenen. Bij een matige vorm van ADHD ben ik geen voorstander van medicatie. Inmiddels heb ik alle boeken al gelezen, ben ik ervaringsdeskundige, en werk ik al jaren met volwassenen en kinderen met AD(H)D nadat ik eerst jarenlang aan mezelf heb gesleuteld. Want vanzelf ging het allemaal niet. Het ging met vallen en opstaan. Wat het me heeft opgeleverd is veerkracht, en een behoorlijke portie begrip en inlevingsvermogen voor anderen die ook ergens mee worstelen.

Ik vraag me wel eens af of het verschil gemaakt zou hebben. Als ook ik een diagnose had gehad als kind. Had ik dan begrepen waar mijn onrust vandaan kwam?
Had ik dan niet een spoor van destructieve relaties achter me gelaten? Had ik dan andere keuzes gemaakt? Ik weet het niet. Ik geloof dat ik mezelf maar plaats in een rijtje van groten der aarde, waarbij men bijna zeker denkt te weten dat zij AD(H)D hadden, maar bij wie dit is nooit met zekerheid is vastgesteld:
Albert Einstein, Pablo Picasso, Leonardo Da Vinci, Ernest Hemmingway, Agatha Christie, Mozart, Engelina.

wees maar sneller, wees maar feller
laat hier er uit, wat daar niet mocht
roep wat harder, maak maar grappen
vindt hier het rustpunt wat je zocht

als je niet wilt zitten
dan mag je ook best blijven staan
en als je niet kunt wachten
dan mag je alvast gaan
altijd druk in hoofd en lijf
slapen doen we ooit
je probeert echt wel op tijd te komen
ook al lukt dat bijna nooit

soms zijn ze bang voor de pit in je donder
ze krijgen je niet klein
en ze vragen zich al af
of hier pilletjes voor zijn

maar ze missen dan het mooiste
jouw authenticiteit waar ik voor vecht
gemiddelde kinderen worden gemiddelde volwassenen
en daar ben jij niet voor in de wieg gelegd